reserveer een stoel en doneer!
Stichting Utrechts Requiem speelt het lustrumconcert Spiegels. De hoofdpersonen zijn mensen die graag meedoen in onze maatschappij maar voor wie de deur soms gesloten blijft. Ze staan zelf op het podium, tussen professionele zangers en topmusici, om hun levensverhaal voor het voetlicht te brengen. Zeven schrijvers, onder wie Arthur Japin en Nisrine Mbarki, schreven de liedteksten. Zeven componisten van naam schreven de muziek.
Sascha voelde zich altijd anders dan anderen. Geboren als meisje, groeide hij op bij zijn moeder in een liefdevol maar arm gezin. Als kind droeg hij veel jongenskleding en was dol op lego, videospelletjes en techniek. Maar hij had ook voortdurend het gevoel er niet bij te horen, hij had gedragsproblemen en moeite met sociale regels en contact.
Op de basisschool werd hij bestempeld als te druk en ‘onhandelbaar’. Hij werd naar het speciaal onderwijs doorverwezen. Daar werd hij zo gepest en in elkaar geslagen, dat hij niet meer wilde leven. De docenten noemden hem “dom” en er was geen veilige omgeving om te leren. Na een schoolwissel werd hij gediagnosticeerd met hoogfunctionerend autisme en kreeg een gymnasiumadvies. Zo dom was hij dus niet!
Na het overlijden van zijn moeder, toen hij 18 was, stortte zijn wereld in. Hij stond er helemaal alleen voor, zonder huis. Gelukkig kan hij bij een liefdevol gezin van een schoolvriendin inwonen, en gaat studeren in Utrecht.
Ondanks dat volgt er een zware tijd van rouw en een zoektocht naar zichzelf. Hij ontdekt dat hij transgender is en start een uitdagende weg richting een transitie. Er zijn lange wachtlijsten, onduidelijkheid en tegenwerking waardoor het proces uitzichtloos lijkt. Gelukkig nam zijn destijds alerte hulpverlener hem serieus en luisterde naar wat hij nodig had. Sascha start met een ingrijpend proces om te worden wie hij al die tijd al was.
Het moment dat hij zichzelf voor het eerst echt herkende in de spiegel, ligt nu meer dan tien jaar achter hem. De impact ervan zal hij nooit vergeten. Dat gevoel van euforie omarmt hem nog dagelijks als hij zijn weerspiegeling in de ogen kijkt. Zijn autisme kan hij inmiddels “managen“ zoals hij zelf zegt, hij houdt van zijn katten en zet zich in om anderen te helpen vanuit zijn eigen ervaring.
De liedtekst verwijst naar de studie Engels die hij volgde waarin hij zich met name bezig hield met het achterhalen van oorzaken voor taalverandering.
door Herman van Tongerloo en Thomas Beijer
Toen Rachelle een jaar of zes was, begon ze met schoonspringen. Een klein, dapper meisje op de springplank met een groot verlangen om te ontsnappen aan de situatie thuis. Ze had talent, kreeg een coach en ze werd door de jaren heen steeds beter. Aandacht voor uiterlijk en gewicht zijn bij schoonspringen van belang. Rachelle was kwetsbaar; ze had te maken gehad met misbruik en werd op school gepest. Die ervaringen maakten haar gevoelig voor die focus op het lichaam. Ze wilde er zo graag bij horen dat het leidde tot een eetstoornis. Dit nam zulke ernstige vormen aan dat ze van de kinderarts zelfs niet meer naar school mocht.
Maar alles voelde onveilig, ook thuis. Het gezin was verhuisd naar een stad aan de andere kant van het land en Rachelle vond geen aansluiting. Ze raakte in een isolement. Op haar 14e werd ze voor het eerst opgenomen op de afdeling kinder- en jeugdpsychiatrie.
Het was het begin van een periode waarin zij van opname naar opname ging. Kliniek in en uit. Leven tussen mensen met heftige problemen was moeilijk maar ondanks dat vond ze het binnen de kliniek toch veiliger dan daarbuiten.
Maar als ze na jaren van behandelingen met focus op haar eetstoornis niet echt verder komt, neemt ze zelf het heft in handen. Ze wilde verlost zijn van de hulpverlening en dwingt zichzelf te doen waar ze bang voor is, uit haar comfortzone. Met vallen en opstaan lukt het haar om een diploma Social Work te halen.
Het verschil tussen haar bange binnenkant en dappere buitenkant wordt voorzichtig minder. Ze heeft zich door haar eigen onzekerheid heen gevochten en een plek verworven in de maatschappij.
door Manon Uphoff en Jeroen Spitteler
Saskia’s geboorte was ongepland en ongewenst door haar vader. Het gevolg daarvan was een jeugd vol geweld, mentaal en fysiek. Ze is gediagnosticeerd met PTSS (posttraumatisch stressstoornis) én PTSS bij kinderen jonger dan 6 jaar. Ze wordt ernstig mishandeld in het gezin, te zien aan de littekens op haar lichaam, veroorzaakt door haar moeder of, onder dwang door haarzelf. Moeder ontkent en de omgeving gaat daar in mee, Saskia is het ‘probleem’.
Als haar ouders scheiden, weigert haar vader alimentatie te betalen en dwingt hij Saskia om middels prostitutie zelf de alimentatie te verdienen. Ze is dan 8 jaar. Het geweld en het misbruik gaan jaren door. Saskia kent geen andere werkelijkheid en denkt dat dit ook bij andere kinderen zo gebeurt. Moeder en vader doen er alles aan om het voor de buitenwereld te verbergen. Tot een alerte hulpverlener ingrijpt.
Stap voor stap wint zij het vertrouwen van Saskia waardoor zij letterlijk en figuurlijk meer van zichzelf durft te laten zien; de blauwe plekken, striemen en brandwonden. Deze hulpverlener zorgt ervoor dat Saskia met spoed haar familie verlaat en ver van hen vandaan kan wonen.
Intensieve traumabehandeling heeft haar geholpen maar ze zal ermee moeten leven dat ze zwaar beschadigd is. Soms zit ze er nog middenin maar ze wil léven, zeker nu ze een hulphond heeft om haar te vergezellen op haar nieuwe weg. Ze durft langzaam te denken aan plannen voor de toekomst. Saskia vindt het belangrijk dat er aandacht komt voor het voorkomen en bestrijden van kinderprostitutie.
door Iduna Paalman en Diederik van der Laag
Op zijn 35e krijgt Dennis de diagnose NAH; niet aangeboren hersenletsel. Toen hij dat hoorde ging er een schok door hem heen; eindelijk begreep hij meer van zijn eigen leven. Moeite met diploma’s, speciaal onderwijs omdat men hem dom vond, gepest, eetverslaving en laag zelfbeeld. Vind je het dan gek dat hij depressief is? Als kind gaf men hem al op, hij voelde zich afgeschreven nog voordat hij aan het leven kon beginnen. Hij voelde zich verdrietig en boos zijn en wilde schoppen met zijn aangepaste schoenen. Er was een oordeel over hem geveld en hij was dat zelf bijna ook gaan geloven. En nu is dus duidelijk hoe het zit: zuurstofgebrek bij de geboorte. Dat verklaart ook dat hij niet stevig op zijn benen staat. Alles in zijn leven ging te snel. Maar nu weet hij wat er met hem aan de hand is.
Een nieuwe start: Wat kan er wel! Als alles te snel gaat, dan maar een tandje minder snel. Maar wel met resultaat. Dennis gaat op zoek en vindt een pad dat bij hem past. Zijn moeder gelooft in hem. Hij heeft een vriendin en af en toe is zijn zoontje bij hem.
Daar is hij heel blij mee. Als hij over hem praat verschijnt er een brede glimlach op zijn gezicht. Dennis is actief als ervaringsdeskundige en schrijft boeken over zijn ervaringen. Ook werkt hij bij de Armoedecoalitie en houdt van zingen en muziek. Steeds vaker is hij gelukkig. Eindelijk niet meer aan de kant. Maar varen! Als de wind en het water en de boot.
door Baban Kirkuki en Monique Krüs
Mark heeft een fijne jeugd tot het moment dat zijn vader een zware hersenbloeding krijgt. Mark is 12 jaar als zijn vader verandert in een onberekenbare, explosieve man. Thuis zijn er hevige ruzies en geweld. Een uitbarsting is nooit ver weg en als ook drank een rol gaat spelen, verliest Mark alle gevoel van veiligheid. Soms moet de politie eraan te pas komen maar de ‘vuile was mag niet buiten gehangen’ en dus zwijgt Mark. Uit angst.
Als hij het huis verlaat om te studeren gaat het mis. Studies en relaties mislukken en hij raakt in een isolement. Drank en drugs onderdrukken zijn paniekstoornissen, stress en angst maar maken hem eveneens onvoorspelbaar, ook voor zichzelf.
Op zijn twintigste komt hij in aanraking met justitie. Daarop volgt een intensieve traumabehandeling. Het schuldgevoel over wat hij een ander heeft aangedaan draagt hij voor altijd met zich mee. Dat kan niet ongedaan gemaakt.
Mark probeert nu waar mogelijk relaties te herstellen en een zinvol leven op te bouwen. Zijn gitaar speelt daarin een belangrijke rol!
Kees van Domselaar (1954) is dichter en publicist. In 2005 debuteerde hij bij uitgeverij De Arbeiderspers met de bundel Postfris. Daarna publiceerde hij Een vrouw op het zuiden (2009) en De stille fanfare (2019). In 2024 verscheen Fabrieksinstellingen, zijn vierde gedichtenbundel. Zijn poëzie verscheen ook in literaire tijdschriften, zoals Tirade, De Revisor, Hollands Maandblad en de Poëziekrant. Kees van Domselaar treedt geregeld op tijdens literaire festivals. Hij trad tweemaal op tijdens de Nacht van de Poëzie. In 2025 werd de bundel Fabrieksinstellingen genomineerd voor de Paul Snoekprijs.
Arthur Japin schrijft romans en verhalen, toneelstukken en soms een filmscenario. Met zijn eerste roman De zwarte met het witte hart brak hij nationaal en internationaal door. Sindsdien verschenen van zijn werk 43 vertalingen in meer dan 20 talen. Een schitterend gebrek won de Libris-Literatuurprijs, De overgave de NS-Publieksprijs. Ook schreef Arthur Japin het Boekenweekgeschenk De grote wereld. Geluk, een geheimtaal(november 2019) is Japins tweede deel in de prestigieuze serie privé-domein, en bevat zijn dagboeken van 2008-2018. In de zomer van 2024 verscheen zijn 13e roman Het Stravinsky-spel, en sinds september draait de Engelstalige verfilming van Een schitterend gebrek in de bioscoop.
Herman van Tongerloo is al vanaf de jaren 80 componist / liedtekstschrijver en uitvoerend muzikant (zang, saxofoon). Daarnaast schreef hij musicals en liedjes programma’s onder andere voor de Zuilense Fanfare. In 2016 won hij de eerste prijs voor de ‘beste Utrechtse smartlap’. Als dichter heeft hij drie dichtbundels uitgegeven. In 2022 toerde hij rond met zijn band Stadsgenoten met een programma over bekende Utrechters in het kader van Utrecht 900. Het nieuwe programma heet Gemis en heeft net de try out achter de rug. In 2022 schreef hij mee aan de Utrechtse Stadscantate. Voor de concertreeks Van mijn hand van het Prisma Trio, over Paul Wittgenstein schreef hij verbindende teksten in de vorm van brieven en gedichten. De vorige edities van de concerten van Stichting Utrechts Requiem schreef hij alle liedteksten.
Manon Uphoff debuteerde in 1995 met de verhalenbundel Begeerte. De bundel werd lovend ontvangen en genomineerd voor de AKO Literatuurprijs en de ECI-prijs. Haar debuutroman Gemis werd genomineerd voor de Libris Literatuurprijs. Hierna volgden vele verhalenbundels, de novellen De Vanger (2001), De Bastaard (2003) en De Ochtend Valt(2011), de romans Koudvuur en De Spelers. Haar novelle De Vanger werd verfilmd voor televisie. In 2007 verscheen de nieuwe, aangevulde editie van haar verzamelde verhalen, Schaduwvlammen. Voor De Ochtend Valt ontving zij de OPZIJ Literatuurprijs en voor haar oeuvre de C.C.S Croneprijs. Haar roman Vallen is als vliegen(2019), is zeer lovend ontvangen, en beleeft inmiddels de 18e druk. In 2025 verscheen Laat me binnen. Manon Uphoff is tevens scenarist en beeldend kunstenaar.
Iduna Paalman is dichter en schrijver. In 2019 verscheen bij uitgeverij Querido haar eerste bundel De grom uit de hond halen, die bekroond werd met de Poëziedebuutprijs, genomineerd werd voor de Ida Gerhardt Poëzieprijs, de C. Buddingh’-prijs en de Eline van Haarenprijs, en een eervolle vermelding kreeg van de Grote Poëzieprijs. De Volkskrant riep Iduna uit tot literatuurtalent van het jaar. In 2022 kwam haar tweede dichtbundel Bewijs van bewaringuit, waarmee ze de J.C. Bloemprijs won en genomineerd werd voor de Herman de Coninckprijs. Naast poëzie schrijft Iduna proza, toneel, besprekingen en essays, onder meer voor De Groene Amsterdammer en NRC Handelsblad. Ook werkt ze als presentator en docent.
Nisrine Mbarki is een meertalig schrijver, dichter, literair vertaler en programmamaker. In januari 2022 debuteerde ze met haar poëziebundel Oeverloos bij uitgeverij Pluim. De bundel werd genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs en voor de Herman de Coninckprijs. Mbarki schrijft poëzie, korte verhalen en theaterteksten. Als literair vertaler vertaalt ze vrouwelijke, feministische stemmen en dichters uit het Arabisch naar het Nederlands. Haar gedichten en columns verschijnen regelmatig in literaire tijdschriften als De Gids, Poëziekrant, De Revisor, Tirade en Het Liegend Konijn. Ze stond eerder op festivals als Poetry International, Globale in Bremen, Winternachten, Read My World, Felix Poetry Festival in Antwerpen en de Nacht van de Poëzie.
Baban Kiruki (Irak, 1974) is geboren in Kirkuk, een stad in het noorden van Irak. Hij studeerde Arabisch taal en letterkunde. Hij schreef en publiceerde zijn gedichten in Irak. Maar hij moest het land ontvluchten omdat zijn pen werd onderdrukt door het voormalige regime van Irak. In 1999 heeft hij asiel aangevraagd in Nederland en sindsdien woont en werkt hij in Nederland. Baban debuteerde in 2006 met Op weg naar Ararat. In 2009 verscheen bij Uitgeverij P Lontananza, in 2011 Territoriumen in 2013 Licht onbekend. In 2011 ontving hij het C.C.S. Crone Stipendium. Baban Kirkuki is lid van het Utrechts Dichtergilde.
Joost Kleppe legt zich toe op het componeren van vocale en theatrale muziek. Hij schrijft zowel voor klassieke ensembles zoals het Nederlands Kamerkoor als voor zingende acteurs zoals Loes Luca. Kenmerkend voor zijn werk is een licht-schrijnende weemoed, een speelse ritmiek en een verwantschap met muziek uit Zuid-Europa en het Midden-Oosten. In 2022 bracht Joost Kleppe een liedjesalbum uit op eigen teksten: Engel aan mijn bed.
Rob Zuidam (1964) schreef meer dan een dozijn opera’s, vaak rond hoofdpersonages waar een hoek af is: Rage d’amours over Johanna de Waanzinnige, Der Hund over Otto Weininger en Uwe Leipe Mastdramnis, dat handelt over het stervensuur van een verwarde dakloze vrouw. Hij studeerde compositie aan het Rotterdams Conservatorium en Tanglewood in de Verenigde Staten. Thus fare ye hartelie well, op een wondermooie tekst van Arthur Japin, heeft een zwoele, licht melancholieke toonzetting. Het verklankt het verlangen van Sascha om te worden wie hij is, en toont de schuchtere aarzeling die daarmee gepaard gaat, maar aan het slot ook moed, onvermijdelijkheid en verzoening.
Thomas Beijer is componist, pianist, schrijver en tekenaar. Als pianist ontving hij in 2022 de Nederlandse Muziekprijs, de hoogste staatsonderscheiding voor klassieke musici. De jury prees hem als moderne uomo universale, wegens zijn vermogen verschillende kunstvormen te verbinden. Als schrijver debuteerde hij in 2017 bij uitgeverij Prometheus met de novelle Geen Jalapeños. Momenteel werkt hij aan een bundel muziekessays, die in het voorjaar van 2026 zal verschijnen.
Jeroen Spitteler is zanger, dirigent en componist. Hij is actief als solist en ensemble-zanger bij onder andere Cappella Amsterdam, de Nederlandse Bachvereniging, Cappella Pratensis en Studium Chorale. Het repertoire waarmee hij zich als zanger en dirigent bezighoudt, loopt van de vroege middeleeuwen tot aan muziek waarvan de inkt maar net droog is, en van a-capella koormuziek tot werken voor koor en orkest. In de afgelopen jaren is hij naar buiten getreden als componist van zowel vocale als instrumentale werken.
Diederik van der Laag (1991) is componist van vocale muziek, zanger en gitarist. Geboren en getogen in Utrecht, groeide hij op tussen zijn vaders platen van Madonna en Paul Young en de onuitputtelijke liefde voor Bach en Vivaldi van zijn moeder. Nadat in 2015 zijn eerste koorwerk werd uitgevoerd, profileerde Diederik zich als vocale componist. De missie: tonale koormuziek innoveren. In het zoeken naar muziek die zowel hoofd en hart raakt, zijn componeren en improviseren voor hem even relevant en effectief.
Calliope Tsoupaki is een Grieks-Nederlandse componiste woonachtig in Amsterdam. Haar muziek verweeft oosterse en westerse invloeden tot een persoonlijk, open en tijdloos klankidioom. Haar oeuvre omvat bijna 140 werken, van solo- en orkestwerken tot dans, theater, opera en multidisciplinaire projecten. The New York Times noemde haar werk “dizzyingly beautiful”, het Nederlandse tijdschrift TM betitelde haar als de “Monteverdi van de 20e eeuw”. Van november 2018 tot november 2021 was zij Componist der Nederlanden, waarmee haar prominente rol in de Nederlandse nieuwe muziek werd versterkt.
Monique Krüs richt zich voornamelijk op vocale en muziektheatrale werken. Ze studeerde solozang aan het Mozarteum in Salzburg en was verbonden aan het Operahuis van Essen. Ze zong hoofdrollen in onder andere Traviata, Entführung, Rake’s Progress en nam deel aan vele wereldpremières. Als componist is zij autodidact. Ze schreef onder andere voor het Rotterdams Philharmonisch Orkest, Impuls Festival für neue Musik, Valletta Culturele Hoofdstad van Europa, International Vocal Competition Den Bosch.
BARITON
Jeroen Spitteler is zanger, dirigent en componist. Hij is actief als solist en ensemble-zanger bij onder andere Cappella Amsterdam, de Nederlandse Bachvereniging, Cappella Pratensis en Studium Chorale. Het repertoire waarmee hij zich als zanger en dirigent bezighoudt, loopt van de vroege middeleeuwen tot aan muziek waarvan de inkt maar net droog is, en van a-capella koormuziek tot werken voor koor en orkest. In de afgelopen jaren is hij naar buiten getreden als componist van zowel vocale als instrumentale werken.
TENOR
Jonathan Ploeg groeide op in een muzikaal gezin. Hij studeerde zang en koordirectie bij resp. Jón Thorsteinsson en Rob Vermeulen. Hij zingt sinds 2013 vast in het Olga Vocal Ensemble, waarmee hij succesvolle tournees naar Frankrijk, IJsland en Amerika maakte. In september 2013 richtte hij samen met zijn broer Imre Ploeg het inmiddels bekende kamerkoor JIP op. Momenteel werkt Jonathan als zanger, dirigent, zuurdesem bakker en zakelijk leider in de kunsten.
SOPRAAN
Ingrid Nugteren kreeg zanglessen van Jón Thorsteinsson op het Utrechts Conservatorium. In 2013 behaalde ze haar Master en vervolgde haar opleiding aan het Lichtenberger Institut te Duitsland. Ze geeft zanglessen, zong o.a in Groot Omroepkoor en Nederlands Kamerkoor en andere professionele koren.Ze nam sopraan solo’s in oratoria van Mendelssohn, Haydn, Brahms, Dvorák en Händel voor haar rekening.
BARITON
Gulian van Nierop studeerde zang bij de IJslandse tenor Jón Þorsteinsson, aan het Utrechts Conservatorium. Gulian heeft zich ontpopt tot een veelzijdig zanger en muzikant. Zo treedt hij regelmatig op als solist in oratorium-producties en als freelance ensemblezanger, hij is een van de oprichters van het Olga Vocal Ensemble en bezit een bachelor in de Biomedische Wetenschap. Als dirigent is hij aangesteld als artistiek leider van kamerkoor Vocalise te Ede.
MEZZOSOPRAAN
Rosina Fabius is als klassiek zangeres opgeleid in Utrecht en Wenen. Zij is internationaal actief en zingt in kleine ensembles, op het operationeel en als soliste in gezongen verhalen (oratoria). Haar ultieme doel als zangeres is met haar stem verhalen te laten doordringen in de harten van haar toehoorders, en door deze gedeelde ervaring mensen met elkaar te verbinden. Met muziek als katalysator draagt Rosina graag bij aan de verspreiding en de verhalen van Stichting Utrechts Requiem.
BAS
Mitchell Sandler studeerde aan de universiteit van California te Berkeley. Mitchell zong vijf jaar lang in Ensemble Chanticleer. Hij vervolgde zijn studie barok solozang aan het Koninklijk Conservatorium te Den Haag. Zijn leraren waren Herman Woltman en Marius van Altena. Mitchell heeft gewerkt in opera’s en oratoria bij onder meer de Nederlandse Opera. Van 2002 tot 2021 was Mitchell in dienst bij het Groot Omroepkoor. Nu dat hij officieel met pensioen is, zingt hij freelance in het Nederlands Kamerkoor, Cappella Amsterdam, het Groot Omroepkoor en De Nederlandse Bachvereniging.
MEZZOSOPRAAN
Suzanne Verburg studeerde koordirectie en klassiek zang in Rotterdam en Berlijn. Op dit moment zingt zij in verschillende professionele ensembles, waaronder Cappella Amsterdam en het Laurens Collegium Rotterdam. Daarnaast geeft Suzanne graag kamermuziekconcerten samen met collega-musici, waarbij haar voorkeur uitgaat naar hedendaagse muziek, in het bijzonder naar Franse liederen uit de 20e eeuw. Naast haar werk als (solo)zangeres geeft Suzanne zanglessen en is ze actief als vocal coach bij ensembles en kamerkoren.
ACCORDEON/ BAJAN
Robbrecht van Cauwenberghe bespeelt de bajan, een Russische variant van de knopaccordeon. Door zijn unieke instrument en virtuositeit wordt hij regelmatig gevraagd voor concerten en muziektheaterproducties in binnen- en buitenland. Robbrecht studeerde bajan aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag bij An Raskin en aan de Kunstuniversität Graz bij Janne Rättyä. Verder volgde hij een studie muziekwetenschappen aan de Universiteit Leuven waar hij zijn bachelor behaalde met de graad magna cum laude.
CONTRABAS
Jelte van Andel studeerde contrabas aan het Koninklijk Conservatorium te Den Haag bij Jean-Paul Everts, Knut Guettler en Hein van de Geyn. Hij legde zich toe op hedendaagse muziek en improvisatie. Als speler en curator is hij betrokken bij het Utrechtse collectief voor eigentijdse muziek Postland. Hij speelt bij verschillende ensembles als Asko|Schönberg en Het Balletorkest. En als componist, performer en maker is hij betrokken bij diverse muziektheater- en dansproducties, zoals Tg Knars, Boukje Schweigman, Jakop Ahlbom en de Peergroup.
KLARINET
Lars Wouters van den Oudenweijer studeerde bij Walter Boeykens aan het Rotterdams Conservatorium en vervolgde zijn studie, mede dankzij het Fulbright beurzenprogramma, bij Charles Neidich aan The Juilliard School in New York. Hij wordt gezien als een internationaal veelzijdige klarinettist. In 2003 ontving hij de Edison voor zijn debuut-cd in de categorie ‘Young Master’ en zijn opname van ‘Tuireadh’ van J. MacMillan werd door BBC Music Magazine bekroond met de ‘Five Star Concerto Choice’ in september 2014.
VIOOL
Jellantsje de Vries is een van de meest veelzijdige violisten van haar generatie. Haar liefde voor nieuwe muziek, muziektheater en andere disciplines heeft tot inspirerende samenwerkingen geleid. Sinds ze in 2012 haar studie cum laude afrondde bij Vera Beths aan het Conservatorium van Amsterdam is ze een veelgevraagd violiste bij ensembles als ASKO/Schönberg Ensemble en het Doelen Ensemble. Zowel als solist als kamermusicus heeft ze wereldpremières uitgevoerd van componisten als Louis Andriessen, Klaas de Vries, Jan van de Putte en Kate Moore.